Het Limburgse dialect hoort bij de West-Germaanse talen, meer specifiek de Nederfrankische dialectengroep. Er bestaan veel varianten die niet onmiddelijk in te delen zijn. Het Royse dialect hoort bij dat van de streek, en dat is het noordoostelijke Limburg. We gaan even kijken en luisteren naar enkele voorbeelden.
Publicatie: Meting van de heerlijkheid Gruitrode-Solt
In 1992 verscheen de publicatie "Meting van de heerlijkheid Gruitrode-Solt (1792-1794)" door Jos Molemans, als onderdeel van de "Mededelingen van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde". Op basis van originele teksten en afschriften uit de 18de eeuw verplaats je je als lezer naar de tijdsgeest van die periode. De talloze voorbeelden van geschreven teksten, in het plaatselijke dialect en de toenmalige schrijfwijze brengen je terug naar het Gruitrode van weleer. De publicatie kan je hier bekijken of hier downloaden.
Typische dialectwoorden uit Gruitrode:
- ink(t)biegel = eekhoorn
- maalplak = zakdoek
- gank heivers = ga naar huis
- puuten = wortelen
- hinnen = kippen
- eerpel = aardappelen
- het hieske = de wc
- zeikswerm = mier
- eikemoller = meikever
- tuut = zak (plastieken)
- kornich = het houtwerk onder de dakgoot
- tuuten = wenen
- merezeik = slappe koffie
- gebiegeld = iets wat doorzakt
- bieken = wenen
- sjonk = hesp
- dit en det en den hielen dievel: alles bij een
- nondedjieke = vlinderdas (strik)
- sjebrang = deurlijst