Todos

Routes ontdekken

Overnachten en kamperen

Geschiedenis herbeleven

Kunst zien

Natuur beleven

Foto's kijken

Streekgerechten proeven

Commanderij van Gruitrode

Middeleeuwen tot nu

Een beknopt overzicht (Wikipedia)

De Commanderij van Gruitrode was een commanderij van de Duitse Orde. Ze was onderhorig aan de landcommandeur van Alden Biesen. Deze had onder zich een twaalftal commanderijen of balijen. Eén daarvan was Gruitrode.

Al in de tijd van het graafschap Loon stond hier een kasteel, wat waarschijnlijk het Roeterhof is geweest. In 1346 werd Gruitrode met huys, hof en dorp door Diederik van Heinsberg, die graaf was van Loon, in leen overgedragen aan Walram van Gulik, die bisschop was van het Aartsbisdom Keulen.

In 1416 werd er melding gemaakt van de aankoop van het domein door de landcommandeur van Alden Biezen, Ivan van Cortenbach. Deze liet in 1424 de kerk van Gruitrode bouwen. In 1432 kwam de leenplicht te vervallen. De gebouwen werden in 1485 vernield als gevolg van een conflict tussen de families Marck en Arenberg.

De huidige gebouwen in Maaslandse renaissancestijl zijn gebouwd tussen 1485 en 1568. In dat jaar begon de Tachtigjarige Oorlog en trachtte Willem van Oranje, via een oversteek van de Maas bij Stokkem, Maastricht te veroveren. Dit mislukte echter waarop de prinselijke troepen zich via de Geuzenbaan terugtrokken, de confrontatie met de Ridders van de Duitse Orde vermijdend.

Tot de Napoleontische tijd bleef het goed in het bezit van de Ridders van de Duitse Orde, die het bezit steeds uitbreidden en rijkdom verwierven. In 1801 hief Napoleon de religieuze bezittingen op en werden ze geleidelijk aan verkocht aan particulieren.

  • In 1801 werd de Commanderij verkocht aan Robert de Selys-Fanson uit Opoeteren.
  • Korte tijd later werd ze doorverkocht aan de familie Starre- Pullinckx, een brouwersfamilie uit Maastricht.
  • Omstreeks 1850 werd ze verkocht aan de familie De Naveaux, die de commanderij tot 1949 in bezit had.
  • Vanaf 1949 kwam de boerderij in bezit van de familie Lipkens. Het kasteel werd gekocht door de Heer Jean Kristus uit Bree, die er in zijn jeugdjaren woonde.
  • Na zijn overlijden werd het in 1966 verkocht aan Dokter Berghs uit Maaseik, die de eerste restauraties aanvatte.
  • Op zijn beurt werd het kasteel en boerderij in 1988 gekocht door de heer Mommers uit Nederland, die echter kort daarna verongelukte.
  • Tot 1995 heeft de heer Janosch Frolian uit Duitsland de restauratie van het kasteel-gedeelte verder gezet, echter weinig rekening houdend met de authenticiteit van het historisch geheel.
  • Daarna is het kasteel herhaaldelijk in andere handen overgegaan, het laatst in 2003 naar de familie Van Megchelen, de huidige eigenaars.

De commanderij bestaat uit een kasteel en een boerderij, die door een gracht gescheiden zijn. De gebouwen, en met name de boerderij, zijn herhaaldelijk verbouwd en worden momenteel volledig gereconstrueerd.

Het ontstaan, de ontwikkeling en het einde van de afdeling der teutonische ridders in de commanderij van Gruitrode door Chris Vanmegchelen

Oktober 2005


 - Chris van Megchelen

De Duitse Orde werd zoals de 2 andere grote Ridderorden - de Tempeliers en de Ridders van Malta - opgericht in het kader van de Kruistochten. Door enkele inwoners van Bremen en Lübeck werd bij de belegering van AKKO in 1190 een veldhospitaal opgericht. Dit wordt beschouwd als de stichtingsdatum van de Duitse Orde (broeders van het hospitaal van Onze Lieve Vrouw der Duitsers in Jeruzalem) in 1198 werd de broederschap omgevormd tot Ridderorde.

In 1291 ging het Heilig Land verloren voor de Christenheid. De Orde als zodanig bleef voortbestaan in West-Europa met de nadruk op de Duitse en aanpalende gebieden. In het toenmalige Duitse Keizerrijk (waar ook de Nederlanden deel van uitmaakten) was de Orde georganiseerd in een twaalftal Landcommanderijen waaarvan Alden Biezen er sinds 1220 één was.

Alden Biezen

Alden Biezen beheerde weer een twaalftal Commanderijen (balijen) waarvan sids 1416 Gruitrode er één was want toen in 1416 kocht Ywan van Cortenbach, Landcommandeur van Alden Biezen de heerlijkheid Gruitrode van de Graaf van Loon.

 Reeds op 5 maart 1346 droeg Graaf Diederik van Loon, Gruitrode “met Huys, Hof en Dorp” over aan Walleram van Gulik, Aartsbisschop van Keulen. Zo werd Gruitrode een Keuls leen. De erfgenamen van de Graaf van Loon bleven echter in bezit van het vruchtgebruik.

 Wat Huys en Hof op dat moment betekende komt uit de voorhanden documenten niet zo helder naar voren.

Het hof van Roethem

Zeker is, dat het huidige kasteel (commanderij) in Maaslandse renaissance stijl is hersteld na de teloorgang van het Roeterhof in 1483. Vast staat dus, dat reeds vóór 1483 een burcht-achtig gebouw stond op de plaats van het huidige kasteel (op de huidige vóórplaats van het kasteel) Voor de hand ligt, dat dit het “Hof van Roethem” geweest is, want in een oorkonde van 1365 zegt een neef van de Graven van Loon, “Wijr Godart van Cyny ,Here van Gruytrode doon kont…. etc”.



Waarschijnlijk was het leenheerschap van de Keulse Bisschoppen allereerst een kwestie van politieke machtsuitoefening; hoe het ook zij, pas op 6 juli 1432 ontslaat de toenmalige Aarts Bisschop van Keulen, Dirk van Meurs, de heerlijkheid Gruitrode van haar leenplicht, op aandringen van de Graaf van Loon.
 
Zeker is, dat d.d.18 december 1416 de “heerlijkheid” Gruitrode door Jan van Loon (die van Loon's toch) toen Aartsbisschop van Keulen verkocht wordt aan Ywan van Cortenbach op dat moment landcommandeur van de Duitse Orde te Aldenbiezen.

Ywan van Cortenbach sticht Duitse orde in Gruitrode

Het dooreen spelen van de naam van Loon als graaf en als Aartsbischop, werkt in dezen niet zéér verhelderend, duidelijk is in elk geval, dat in 1416 Ywan van Cortenbach, toen landcommandeur van Aldenbiesen de heerlijkheid Gruitrode met have en goed (en horigen?) kocht van de Graaf van Loon en dat niet lang daarna de Duitse of Teutoonse Orde zich vestigde in Gruitrode en daar een Balije van de Duitse Orde stichtte. Dit was dus een onder-commanderij van Aldenbiesen. De zetel die er toen al was, de 1ste Balije is dus noodzakelijker wijze een echt Gotisch of zelfs Romaans gebouw geweest, dat laatste is gewoon een feit, want de middeleeuwse Romaanse stijl was in 1346 bij de överdracht aan Keulen nog niet zo lang lang verleden tijd. Ook de vondst bij de opgravingen in 1988 onder het hudige maaiveld, van op zijn laatst 15e eeuwse schietgaten in de huidige muur rond de binnenplaats, dus van ver voor 1568 ondersteunt deze gedachte. Deze schietgaten op die plaats bewijzen m.i. tevens dat de oorspronkelijk site van het kasteel op dezelfde plek lag als nu en niet op een zekere afstand.

De huidige kerk die Ywan van Cortenbach in 1424 in Gruitrode liet bouwen was en is een puur Gotisch gebouw. In 1483 heeft zich rond en in het Kasteel een calamiteit afgespeeld, die tot nieuwbouw noopte het Roetherhof werd in 1485 geheel verwoest als gevolg van een vete waarbij ook de families van der Marck en van Arenberg betrokken waren In 1485 "sijn comen die Heren van Arenburgh ende hebben ingenomen des lantcomedeurs huys te Rade = Gruitrode".

Willem van Oranje met boog om Gruitrode

Het is dus in elk geval  zeker, dat er eerst een Romaans of gothiek “Roetherhof”  was en daarna pas het “huidige” Renaissance gebouw, de bouw hiervan vond plaats in de periode 1485-1568 hetgeen onderstreept wordt door de datum op de gevelsteen,1568, waarin het gebouw in naam van Jan van Goor en van Jan van Heinsberg wordt opgedragen aan de Heer God met

 “Allein Godt die eer unde niemants meer anno 1568”.

 Dat dit jaar tevens het begin van de Nederlandse tachtigjarige oorlog tegen de Spanjaarden inluidde is gewoon een grote coincidentie evenals het feit, dat in dit jaar Willem van Oranje zijn eerste poging deed de macht van de Spanjaarden aan te tasten door via een bijna onmogelijke oversteek bij Stokkem, Maastricht in te nemen; dat lukte toen niet en dus moesten Willem en zijn geuzen weer afmarcheren over de Maas die zij eerst zo verrassend over waren gestoken; Willem en zijn geuzen kozen hun terugtocht over de baan tussen Opoeteren en Gruitrode door, (nu nog Geuzenbaan genoemd Willem zelf begaf zich toen in Zuidelijke richting in verband met plannen de Spanjaarden elders tegemoet te treden. Overigens was verre verkenning niet eenvoudig toen, zoals véél later tijdens de slag van Waterloo bleek toen Blücher zoek was tot hij onverwachts en op het juiste moment, voor ons, opdook om Wellington te hulp te snellen.

Samengevat

In elk geval kan nu samengevat worden; in 1416 kocht Cortenbach heel 
Gruitrode van de van Loon’s en op voorspraak van hen (als beloofd) ontsloeg de Aartsbisschop van Keulen de Duitse Orde in 1434 van haar leenplicht inzake Gruitrode waardoor de Orde de onbelemmerde eigendom verwierf. Tevens eerst stond op de grond van het kasteel een gothieke of Romaanse burcht (schloss) genaamd het of De Roetherhof hetwelk  in 1483 werd verwoest waarna de Orde in de periode daarna tot 1568 het huidige Renaissance gebouw met hoeve creërde.

Rampsalighe St.-Niclaesdagh

Op één andere toevalstreffer wil ik reeds op dit moment gaarne de aandacht vestigen. Zoals reeds gezegd is op de gevelsteen boven de huidige voordeur van het kasteel als datum 1568 vermeld; dat was ook het jaar, dat onze Nederlandse 80 jarige oorlog tegen de Spanjaarden begon, nu blijkt het ook nog zo te zijn, dat Gruitrode juist in 1648 het jaar van het einde van die oorlog (met de Vrede van Munster) de meest vreselijke dag in haar historie beleefde, n.l. de afslachting  door  de “Loreinen” van een groot deel van de bevolking op de “Rampsalighe St.-Niclaesdagh” 6 december 1648.


Schatrijk

Terugkerend naar de geschiedenis van het kasteel en de Duitse orde komt het mij goed voor te benadrukken, dat die Orde in de loop der tijden werkelijk schatrijk geworden is, waardoor eind 18e eeuw de commandeurs eerder uit waren op het geld dat zij konden trekken dan op hun funktie als geestelijk leider en/of op de instandhouding van de hen toevertrouwde goederen/commanderijen. Hoe die rijkdom exact verworven werd is denk ik niet echt meer vast te leggen. Het zal wel een samenspel geweest zijn van Kerkelijk optreden als religieuze Orde, van schenkingen door rijke familieleden van Orde Ridders, van erfenissen en gewoon van goed beheer. Voor zover ik begrijp beschikte de commanderij op een bepaald moment rond 1600 bijvoorbeeld over 5000 hectare jachtterreinen en tevens over ontelbare hoeven met grote daarbijbehorende gronden, kortom men moet zelfs hele dorpen min of méér hebben bezeten.

Als men dit in aanmerking neemt was de Commanderij zelfs in de voor de Orde zéér gunstige 17e en 18e eeuw in feite nog al aan de kleine kant; zij de commanderij was wel een beeldschone aangelegenheid zoals o.m. blijkt uit de prachtige ets die Romein de Hooghe omstreeks 1700 van de Commanderij plus hoeve maakte en uit de pentekening uit 1738 beiden opgenomen in dit hoofdstuk.
 Kasteel en hoeve waren voor de verre omgeving van heel grote betekenis; immers niet alleen bemoeide de Orde zich met haar pachters en met de in haar gebied liggende hoeven en dorpen. Haar bemoeienis nam ook de vorm aan van de de zorg voor bijv. de verbetering van de landbouwmethoden waardoor in hun gebied een duidelijk grotere welvaart tot stand kwam dan men in omliggende gebieden gewend was. En passant creëerden de priester/commandeurs ook nog een aantal bastaardkinderen waarvan de namen volgens mijn vriend Korstjens nog terug te vinden zijn in het huidige nageslacht (Welken?)

Beknopt overzicht van de geschiedenis van de commanderij Gruitrode ten behoeve van relaties en bezoekers

  1. In 1416 kocht Ywan van Cortenbach uit Voerendaal, toen Landcommandeur van de Teutoonse / Duitse Orde, zetelend te Aldenbiezen de Heerlijkheid Gruitrode inclusief de zich daarin bevindende sterkte “Het Huys” of “Roeterhof” (en horigen)
     
  2. In 1483 werd “Het Huys” verwoest, (door een vete tussen de families v.d. Marck en Arenberg (en de Teutonen neem ik aan) waarna men in de periode 1483/1568 een vervanging bouwde, de hudige Commanderij, in Maaslandse Renaissancestijl.
     
  3. Van 1568 tot circa 1809 bleef de Commanderij in het bezit van de Ridderorde; die was toen schatrijk want men bezat op een bepaald moment alleen al aan jacht gebied 5000 hectare grond, zodat het totaal incl.hoeven, bossen e.d. misschien 10.000 hectare (10x10km) besloeg. De Itterbeek begint hier en vult de gracht. In die lange periode had men een soort overeemkomst met de Staten van Holland die inhield, dat de belangrijke gasten van die Staten Gruitrode passerend het recht hadden op de Commanderij te overnachten en in het kader daarvan hebben o.a.

 Mary Stuart toen Koningin van Engeland rn gehuwd met Willem III Koning van Engeland (ook Stadhouder Willem III van Holland)
 
samen met,
 
Cornelis Tromp Admiraal in dienst van die Staten

op de Commanderij overnacht. In een ander kader schijnt ook

 Louis XIV één of meer nachten op de Commanderij te hebben doorgebracht.

    Men was dus niet partijdig in het toelaten van gasten want Louis XIV en Willem III waren verklaarde vijanden. Zeker is, dat de Stad Tongeren zich wel partijdig opstelde door 
Prins/Koning Willem III ter gelegenheid van zijn passage van de stad "een treffelijk banket" aan te bieden. Niet lang daarna en wellicht als gevolg daarvan werd Tongeren op last van Calvo de Spaanse aanvoerder van de Franse troepen in Maastricht in de as gelegd. Dit niet echt breed bekende feitje is op het lot van Tongeren tot heden toe mogelijk van grote invloed geweest.
     

  4. In 1801 droeg Napoleon met één pennestreek alle religieuze bezittingen dus ook die van deze “religieuze” orde over aan de commissie voor de godshuizen, die daarna met de uitverkoop begon. Eerst kwam de Commanderij 29 maart 1801 in handen van Robert de Selys-Fanson te Opoeteren die niet veel later doorverkocht aan de Familie Starre-Pullinckx een brouwersfamilie van Maastricht, die omstreeks 1850 weer verkocht aan de familie de Naveaux, die in 1949 de hoeve, (toen niet langer met véél grond ?) verkocht aan de familie Lipkens.



    Tijdens de oorlog woonde op het Kasteel (o.a.) de familie Voortmans. 13 juni 1944: na het vertrek van de SS inkwartiering kreeg één van de kinderen Pol een Duitse handgranaat in handen uit de gracht tussen kasteel en hoeve; dit oorlogstuig ontplofte en het jochie hield er levenslange blindheid aan over; zijn broer Jan ca. 2 jaar ouder, Jan blijkt nog te leven en woont in Bree in de Stukkenstraat. Kortgeleden had ik contact met hem. Mijn doel was info te bekomen over de periode na 1940, want in het boek "DE OORLOGSJAREN 1940-1945" vond ik helemaal niks over de Weg naar Opoeteren tot nu toe, dus nu kan ik hier nog een stukje geschiedsschrijving bij voegen. Het interview met Jan Voortmans, geboren op het kasteel 23-6-1929  leverde o.a. de volgende informatie op.

    Hij en zijn familie, ouders Matthijs Voortmans en moeder Maria Truyen tezamen met
 zijn 6 broers en zusters; Elisaberth van 2-2--1927, Geertrudis (1931), Paul (1933)
, Christina (1935), Matthieu (1937) en Maria (1939), woonden in het kasteel t/m 1-1-1946; Maria en Paul werden samen gewond doordat Paul op 13 juni 1944 uit de
 gracht tussen kasteel en hoeve een Duitse handgranaat opviste die ontplofte. Hij verloor daarbij tot het einde van zijn leven zijn gezichtsvermogen Maria werd gewond' aan één van haar benen. De heer Voortmans overhandigde mij bijgaande documentjes die op dit voorval betrekking hebben :
 (1) Een verklaring van 28 januari 1946 van Burgemeester Paredis van Gruitrode waarin
 deze verklaart, dat Paul Voortmans d.d. 13 juni 1944 dus 7 dagen na de invasie in Normandië (het voorwerp is geweest van een granaatontploffing en dat dit de
 oorzaak is geweest van de toestand waarin dit kind zich bevindt.
 (2) Eveneens een verklaring van oogarts Dr. Vander Meulen,Guffenslaan 15,Hasselt; hij
 verklaart daarin d.d. 13-januari 1945, dat Paul door het springen van een handgranaat het zicht in beide ogen is kwijtgeraakt.

 Het behoeft geen betoog, dat de familie als geheel door dit voorval ernstig werd aangeslagen. Uit een beslissing van het Ministerie van Volksgezondheid van 10-10-1957 
blijkt dat Maria, Jozef en Paul nog veel erger gewond was dan uit de eerdere verklaringen
naar voren komt, namelijk:
 naast het gezichtsverlies van beide ogen
-verlies van linker wijsvinger, middenvinger en ringvinger
-nagellid van rechter middenvinger
-2 kootjes van rechterpink
op grond waarvan hem de bijbehorende toen nog beperkte pensioenen en hulp vergoedingen werden toegekend. 



    Polleke is inmiddels 4 jaar terug overleden, dus aan zijn lijden en frustraties zijn een eind gekomen, dat wel.

 Vader Voortmans was mijnwerker en keuterboertje; hij "hield" o.a. 5 koeien in de grote 
toren en 1 paard dat ondergebracht was in de huidige grote zaal; de kamer vóór de grote zaal was toen de gemeenschappelijke huiskamer; om van beneden naar de slaapvertrekken boven (mijn huidige bureaukamer en de kamer daarvóór) te komen moest men eerst naar buiten door de huidige toegangsdeur die tevens toegang gaf tot de brug over de binnengracht naar de boerdeij en dan vervolgens weer naar binnen via een deur naast de centrale binnentoren; men kon eenmaal boven net als nu een klein trapje op naar wat nu onze living is, maar dat was niet erg aan te raden want de vloer daarvan boven de grote zaal was uitermate gammel.

    

Tijdens de Belgische mobilisatie werden in het Kasteel een twintigtal soldaten ingekwartierd met op de binnenplaats een veldkeuken en in de huidige eindzaal een kantine. Jan Christus was rentmeester voor de familie de Naveaux; hij kwam elke dag op de fiets uit Bree; zijn kleinzoon Gaston is tussen de Naveuax en dokter Berghs nog eigenaar van het kasteel geweest. De steen met "Allein Godt die ehr unde niemants mehr 1568" zat toen boven een dichte deur in de grote zaal tussen de huidige grote zaal, en toen een stal en de toren met de kiosk stonden nog wat aanbouwsels (waarschijnlijk geen resten van de oorspronkelijke bebouwing ) of wel? die werden gebruikt als bakoven, en als varkensstal en kippenren en in de hoek tegen de zaal was wel een oorspronkelijk stukje gebouw waarin de w.c. was ondergebracht.

    De oude hoofdpoort en de beide bruggen waren nog behoorlijk intact. De "kiosk" toren was circa 1950 gedeeltelijk ingestort maar is door tussenliggende eigenaars (Frolian of Berghs) weer hersteld. 

Na de korte oorlog in 1940 kwamen de Duitsers, dat waren allen S.S. ers en die zaten er zeker met veertig man; zij hadden in het tegenoverliggende Eikenbos achter waar nu het huis van dokter Witters staat zeker en continue 8 tanks staan en daar werd eveneens continue wacht bij gehouden en bovenop de centrale binnentoren toen nog zonder het huidige puntdakje hadden zij een stuk afweergeschut opgesteld. De weg naar Opoeteren was toen al verhard als macadam weg. De wat hogere officieren zaten in Gruitrode op de wei vóór het kasteel, nu tegenover de KBC werden de soldaten gedrild. Op de boerderij woonde toen Matthieu de Donné als boer met 5 zoons en 5 dochters, daar was geen inkwartiering. Sjef Eerdekens woonde hier ook vlakbij die was lid van de Witte Brigade; hij is hier bij hem thuis gepakt en is later in Heer omgekomen. De familie de Naveaux had hier volgens zeggen zo'n 365 hectare grond; de beek was toen achter het kasteel zo'n 7 meter breed; aan de achterkant lag een planken voetbruggetje (zie foto) dan hoefde je niet helemaal door de hoeve over de grote brug. Er was toen maar één waterput die nu in de kelder nog aanwezig is. Buiten was geen put; nu dus wel. Naar de kelder waar appels en aardappelen in werden bewaard kon je via openslaande luiken. In de daken zaten toen geen vensters wel in de zijmuren In de losse toren zat geen vloer alleen losse grond, dat gold trouwens ook voor de "parapluie" toren; daar zaten ook geen trapjes in of bij zoals nu. In de losse toren zat ook nog een WC op de hoogte van het huidige kleine raampje dat nu nog te zien is aan de buitenkant.

Zo dat was het voor nu, als mij nog dingen te binnen schieten zal ik U verwittigen 
zegde de heer Voortmans bij het afscheid.

    Het kasteel (beter, het restant er van) werd in 1959 verkocht aan de kleinzoon van de rentmeester, G.C. voor BF 150.000 die in 1965 weer verkocht aan Dr. B., chirurg te Maaseik voor BF 500.000 die om familie redenen in 1988 het kasteel overdroeg aan de heer M. die toen tevens de hoeve aankocht. Alvorens verder te gaan eerst nog een woord van lof voor Dr. B. die de allereerste eigenaar was sinds de Teutoonse Orde (die er sinds 1750 ook met hun pet naar gegooid hebben) die echt herstelwerken aan het Kasteel verricht heeft. De laatst genoemde familie M. was werkelijk zéér welvarend en Hr. M. wilde Kasteel en hoeve weer geheel terugbrengen in de staat van 1738; nadat Dr. B. reeds een belangrijke aanzet tot de restauratie van het Kasteel verricht had, hij kreeg daarvoor van de zijde van het Belgisch Gemeentekrediet de prijs “Pro Civitate”.
     

  5. Helaas verongelukte Hr. M. op de autobaan bij Weert vóór hij de definitieve koopovereenkomst had kunnen tekenen. Er zijn geruchten dat dit een z.g. afrekening was omdat hij Italiaanse concurrenten nog al dwars zat. De familie zat er natuurlijk wél aan vast en zij verkocht de gehele commanderij aan Hr. J. F., een Duitse zigeuner, die met kasteel in de volksmond al héél snel de zigeunerbaron heette en die op nog al schilderachtige wijze; (hij kreeg een langdurig proces in Duitsland aan de broek namens allerlei Duitse schuldeisers) de Commanderij weer kwijtspeelde. Hij had intussen wel en dat is te zien, héél veel aandacht besteed aan de restauratie van het Kasteel, dat dus nu door Dokter B. en Herr F. in goede staat verkeert (naar wij hopen). De hoeve is in de verstreken 20 jaar na het vertrek van de familie L. heel sterk vervallen. In 1995 na het  failissement van Hr. F. kocht Hr. B. (een drukker uit Hasselt) het kasteel; hij was 1 uur te laat voor de hoeve die voor 5 miljoen francs  over ging naar Hr. D. te Stramproy die onlangs op papier verkocht aan de NV De Commandeur die volgens mededeling van Hr. D. echter nimmer betaalde waardoor Hr. D nu feitelijk weer gewoon eigenaar is (gebleven).

    B. heeft aan het kasteel geen verdere werkzaamheden en nauwelijks onderhoud, verricht; wel bracht hij het onder in de NV Kasteel Gruitrode, hij heeft het kasteel in de periode 1998-2002 nog wel verhuurd aan J. T. toen uit Bree, die het plan had in het kasteel een klein maar zéér luxe hotel in te richten en die in de kelder o,m, een grote professionele hotelkeuken wilde inrichten; voor de toegang daartoe had hij de buitenmuur aan de zijde van de binnenplaats als toegang tot die keuken ondergraven; dit is daarne weer dichtgemaakt; in het kader van zijn plannen heeft hij nog een BPA "Commanderij" opgesteld en in de ambtelijke kringen doorgeleid, als gevolg hiervan zijn nu feitelijk het herstel van de voormalige toren door F. en de werkzaamheden die deze verder aan het kasteel verrichte o.a. in de kelder, nu voor 100% geregulariseerd. Heer T. dank daarvoor dus. J. T. verstrekte ons nog de informatie, dat naar zijn weten, de vleugel van de Commanderij die oorspronkelijk haaks op het hoofdgebouw dus langs de beek de verbinding vormde met de kapeltoren het slachtoffer is geworden van de slappe ondergrond waardoor zowel deze vleugel als de torens aan het verzakken waren en moesten worden verwijderd c.q worden ingekort dit laatste gold voor de torens.Tijdens de bouw begin 16e eeuw is volgens hem nog geheid om dit euvel te vóórkomen maar dus kennelijk vergeefs. Wel meende hij te weten, dat vóór men aanving met de bouw van het huidige Aldenbiezen begin 16e eeuw er eerst een soort proefbouw geweest is met de Commanderij Gruitrode.
     

  6. 

In augustus 2003 kregen wij, de Familie v. M., de beschikking over het Kasteel en nu wonen wij er in met véél plezier. “so far” In de tussentijd hebben mijn vrouw en onze medewerker M.v. Es intensief in en rond het kasteel gewerkt, waardoor nu weer een bijzonder fraai geheel is ontstaan en in het kader waarvan kort geleden de Kapeltoren is ingericht als een klein museum ten behoeve van eventueel geinteresseerde onderwijzers en hun klassen; hierop moet nog wel even worden gewacht tot C. en T. geheel gereed zijn.

Oktober 2005


 - Chris van Megchelen

Getagd met: