570 jaar Duitse Ridderorde
De Teutonische orde was een ridderorde die in 1187 oorsprong vond in Acco door Hendrik Walput en enkele Duitse ridders. Het doel van deze orde was het "Heilige Land" te verdedigen tegen de Mohamedanen.
In 1216 dook de Teutonische orde voor het eerst op in onze streek toen de Graaf van Loon hen een kapel schonk die op de plaats lag die we vandaag als Alden Biesen (Bilzen) kennen. Wat later kreeg Alden Biesen de titel van Landkommanderij of Grote Balie der Nederlanden. In Gruitrode werd een prachtige waterburcht met hoeve gebouwd. Samen met 11 andere gewone kommanderijen behoorde die van Gruitrode tot het gezag van de Landkommandeur te Alden Biesen.
In 1417 zou Gruitrode definitief eigendom worden van de Teutonische orde. Samen met de welvaart die de rol van Gruitrode met zich mee bracht, werd in 1428 een nieuwe gothische kerk gebouwd, die tot de torenbrand van 1909 overigens volledig bewaard was gebleven. Op het binnenplein van het kasteel lezen we vandaag nog "Alleen Godt die Ehr unde niemants mehr" samen met het wapenschild van baljuw en van de landkommandeur van Aldebiezen.
Saumery schrijft in 1744: "Er kan geen klaarder bewijs gegeven worden van 's mensen vernuft dan het uitzicht van het dorp Grootroy. De heerlijkheid van het dorp hoort toe aan de Teutonische Orde, die er een balie van gemaakt heeft. Om er U een gedacht van te vormen moet ge U een terrein voorstellen van een kwartier vierkant, omgeven van een dubbele op enkele plaatsen drievoudie laan. Verbeeld U verder al het toverachtige dat een groot heerlijk kasteel met zijn pleinen, ingesloten in brede grachten, die vol water staan en, die meermaals onderbroken, drie omheiningen vormen nevens elkander". Het kasteel van Gruitrode was een ware residentie geworden naar Europese smaak. Verscheidene hoge gasten werden er ontvangen, zoals de prins van Tarante, een Hollands admiraal, en mogelijk zelfs de Franse koning Lodewijk XIV (in juni 1673). Bij opgravingen in de slotgracht van het kasteel werd onderandere eerder al een pot met wapenschild van Lodewijk XIV gevonden.
Gruitrode stond in de middeleeuwen onder verschillende benamingen bekend: van Bredelo (bos van bree) tot Rode (ontginning). Toch werd het dorp uiteindelijk hernoemd naar haar patroonheilige Sint Gertrudus. Ook Gruytroede (in 1267) en nog later Grutrode, Gruterode, Grootrode, Gruytroey, Gruytrode vinden we terug in de geschiedenisboeken. Meer info over deze periode tot het heden staat uitgebreid beschreven in 2 boeken en op de geschiedenispagina van Van Megchelen.


















